Om een oorlog te beginnen, en vol te houden, is een rechtvaardiging nodig. Het doden van mensen en kapotmaken van gebouwen is tegen de menselijke natuur en een taboebreuk, en moet daarom gelegitimeerd worden: voor de geweldpleger, voor de slachtoffers, voor de publieke opinie en een eventuele rechtbank. Welke rol religieuze overtuigingen in deze legitimatie spelen is het onderwerp van het boek Religie, identiteit en conflict van Lucien van Liere. Zijn these is dat de verontwaardiging over geweld en de rechtvaardiging van het gebruik ervan samenhangt met de gemeenschap waarmee mensen zich verbonden voelen – het identiteit uit de titel. Religie gebruikt hij als term om de wisselwerking tussen gemeenschap en geweld te onderzoeken, te duiden en te verklaren. Bijgevolg definieert hij religie breed, als een sociaal fenomeen dat zin en betekenis geeft vanuit een morele interpretatie. Deze brede definitie moet het mogelijk maken om een veelheid van religieuze fenomenen en hun relatie tot geweld te duiden, uit het Oude Testament en de klassieke oudheid, uit wereldgodsdiensten als Christendom, Islam en Hindoeïsme, en uit hedendaagse culten en sekten.
Onterechte conclusie
Een ambitieus programma, en na deze inleiding had Van Liere meteen een aantal aansprekende casussen kunnen bespreken. Het tweede hoofdstuk is echter een rare mix van geschiedschrijving en wetenschappelijke reflectie die duidelijk moet maken dat religie in het Westen – vanwege de secularisatie – niet serieus werd genomen in wetenschap en politiek, totdat in 1979 de Sovjet-Unie Afghanistan binnenviel, de Islamitische Republiek Iran werd uitgeroepen en in de Verenigde Staten de Moral Majority opkwam. Als opgeleid godsdienstsocioloog vond ik deze conclusie, dat de complexe sociale van religie-macht-geweld over het hoofd is gezien, niet terecht. De daarop volgende hoofdstukken zijn grotendeels gewijd aan het verder uitwerken van de theorie, maar op een zo gedetailleerde wijze dat het de geïnteresseerde lezer nauwelijks zal kunnen boeien. Er zijn regelmatig alinea’s van anderhalve pagina, waardoor de gedachtegang volledig uit het zicht raakt; hoofdstuk 3 heeft een omvang van 100 pagina’s (!). Auteursnamen worden – zelfs in de bibliografie – verkeerd geschreven (Neitzel, en niet: Nietzel). Binnen één hoofdstuk worden voorbeelden aangehaald van totaal verschillende tijdvakken en/of culturen, wat veel eist van de lezer. De indruk wordt gewekt dat het boek geschreven is om een groot aantal Engelstalige, wetenschappelijke artikelen van de auteur beschikbaar te maken voor een breed publiek, wat soms tot kinderachtige formuleringen leidt (blz.85: ‘We zijn wat afgedwaald maar keren terug naar…’).
Durkheim
Het was voldoende geweest als Van Liere het bij de theoretische inleiding had gelaten, want onderliggend aan zijn model is het klassieke (maar daarom niet per se achterhaalde) paradigma van Emile Durkheim: achter religieuze verhalen om geweld te rechtvaardigen zitten niet zelden ideeën en herinneringen over bedreigde gemeenschappen. Deze focus leidt – behalve tot de hierboven geformuleerde stilistische kritiek – ook tot inhoudelijke kritiek. Op blz. 253 concludeert de auteur dat ‘…het onvoldoende is om bij het analyseren van religiegerelateerd geweld vooral naar religie zelf als overtuiging te kijken en geweld te beschouwen als een gevolg van deze overtuiging’. Dat is mooi, maar waarom is dit boek dan geschreven? Bovendien, door het voortdurend beschrijven van casussen waarin religie wordt gebruikt als legitimatie voor geweld, wordt bij de lezer juist een tegengestelde indruk gewekt: religie heeft wel degelijk met geweld te maken, en zonder religie zou het geweld misschien wel minder intens zijn. Ten slotte blijft door de thematische focus van Van Liere een ander aspect onderbelicht, namelijk religie en vrede/conflictoplossing. Ook dat kunnen we met Durkheim onderzoeken; het zou het thema religie en geweld wat meer in balans gebracht hebben en bovendien kan de lezer het boek dan met een positief gevoel dichtslaan.
Oekraïne
Een hele mooie casus van de theorie en methode van Van Liere is de redactiebundel Vrede aan de wereld! van Pieter Boulogne en Annemarie Gielen, die beoogt bij een geïnteresseerd publiek een beter begrip van de achtergronden van de oorlog in de Oekraïne te vormen. Dat lukt voortreffelijk. Het boek kent drie thematische zwaartepunten. Het eerste is de achtergronden van het conflict, dat Rusland volgens Tom Sauer begonnen is omdat het zijn veiligheid bedreigd ziet als Oekraïne in westerse invloedssferen komt. Toch was dat de wens van de meerderheid bij de Oekraïense bevolking, zoals Egbert Fortuin laat zien. Het Russische argument, dat de Russischtalige minderheid beschermt moet worden, gaat volgens hem in zoverre op dat discriminerende taalwetten eerder een gevolg dan de oorzaak van de oorlog zijn. Emmanuel Waegemans schrijft over de twistappel Krim, dat sinds de verovering door de Tsaren een Russisch uithangbord was, in de Krimoorlog werd verdedigd tegen West-Europese aspiraties en in 1954 ongrondwettelijk aan Oekraïne werd toegewezen. De focus van Peter Vermeersch op de politiek-geografische rol van Belarus is een waardevolle aanvulling.
Cultureel
Het tweede zwaartepunt is eerder cultureel van aard. Op het eerste gezicht lijkt dit een beperkte toevoeging aan het thema, maar in tweede instantie zeer waardevol. Zo valt te lezen hoe literatuur (Boulogne en Elena Solonina) en film (Otto Boele) na een periode van vrijheid onder het Poetin-regime enerzijds beknot worden door censuur en anderzijds door subsidies doelbewust worden ingezet voor politieke propaganda en vaderlandsliefde. Regimekritische Russischtalige literatuur bevindt zich in ballingschap, die thematisch wordt voorgesteld door Anna Namestnikov en Ben Dhooge. Verhelderend is ook de vergelijkende bijdrage van Piet van Poucke, die schoolboeken geschiedenis van voor en na de inval van 2022 bekijkt. Die moeten steeds meer duidelijk maken dat Rusland altijd al – en nu nog steeds – aan de juiste kant van de geschiedenis staat en dat omringende landen Rusland kwaad willen doen.
Ondersteuning
De invloed van deze cultuuroorlog komt naar voren in het derde zwaartepunt, waar het gaat om de politieke en maatschappelijke ondersteuning van en in de oorlog. Joris van Bladel laat bijvoorbeeld aan de hand van opinieonderzoeken zien dat Poetin onder de Russische bevolking nog steeds veel goedkeuring heeft, dat er grote steun is voor de oorlog en dat er veel vertrouwen is in het leger. Dat laat zien dat het post-Poetin tijdperk niet snel tot vrede en democratisering zal leiden. Ook de bijdrage van Koen Schoors over sancties is wat dat betreft niet hoopgevend. Sancties werken op de Russische samenleving als een rode lap die de oppositie tegen ‘het Westen’ versterkt en verdiept. De sancties worden op verschillende manieren ontweken, maar in combinatie met de oorlogseconomie die veel middelen vraagt daalt het welvaartspeil van de gemiddelde Rus, wat het sociaal contract met de machthebbers onder druk zet. Gielen toont aan dat de vredesbeweging monddood is gemaakt. Anna Kisiel schrijft over de oorlogsvluchtelingen in Polen en dat door hen in de media de op Polen gerichte blik is verbreed met meer begrip voor de Europese Unie. Ze schrijft ook over de oude conflicten tussen beide buurvolken (etnische massamoorden) – wat dat betreft had een bijdrage over Hongarije (waar volgens mij soortgelijke animositeit speelt) nog goed in de bundel gepast.
Origineel onderzoek
Kortom een zeer verhelderende bundel, met veel origineel onderzoek, in gemakkelijke taal geschreven, waardoor veel achtergronden van de oorlog duidelijk gemaakt worden. Dat komt ook door de lange historische visie die in de bijdragen gepresenteerd wordt: de meeste bijdragen kijken terug naar de Sovjet-periode, de Tweede Wereldoorlog en het einde van het tsaristische rijk; sommige bijdragen gaan zelfs nog langer terug. Daardoor wordt duidelijk dat veel aspecten van de Russisch-Oekraïense oorlog een voortzetting zijn van oude patronen in de Russisch-Oekraïense relaties. De artikelen zijn zo compact geschreven, met veel informatie, dat ze uitnodigen meteen een tweede keer gelezen te worden. Ook de besproken culturele aspecten maken duidelijk wat Van Liere probeerde aan te tonen, namelijk hoe geprobeerd wordt te legitimeren waarom en waartoe geweld wordt gestart en voortgezet. Maar dat gezegd hebbende valt op dat één aspect in de bundel geen aparte aandacht heeft gekregen: religie en kerk. Merkwaardig, want het is niet te ontkennen dat dit in de Russische legitimatie op velerlei manieren een centrale rol speelt.
DDr Erik Sengers
Religie, identiteit en conflict
De morele rechtvaardiging van geweld
Door Lucien van Liere
Amsterdam (Amsterdam University Press) 2026
328 blz. – ISBN 9789048573448

Vrede aan de wereld! (en toen werd het oorlog)
Historische en culturele perspectieven op de Russisch-Oekraïense oorlog
Door Pieter Boulogne en Annemarie Gielen (red.)
Den Haag (Acco) 2025
300 blz. - ISBN 9789464677096
