Op 19 december 2025 publiceerde persbureau Reuters een artikel waarin zes bronnen binnen de Amerikaanse inlichtingengemeenschap bevestigden dat de strategische intenties van de Russische president Vladimir Poetin ongewijzigd zijn gebleven: de totale onderwerping van Oekraïne en een fundamentele herschikking van de Europese veiligheidsorde.[1] De reactie van de Amerikaanse Director of National Intelligence (DNI), Tulsi Gabbard, markeerde een dieptepunt in de trans-Atlantische inlichtingenrelatie. Via sociale media (X) diskwalificeerde zij de gedeelde bevindingen van haar eigen diensten als ‘leugens en propaganda’, verspreid door ‘warmongers’ die de buitenlandse agenda van president Donald Trump zouden willen saboteren.[2]
De Russische gezant Kirill Dmitrijev reageerde instemmend op de uitlatingen van de DNI: ‘Let’s acknowledge the well-funded, well-organized warmonger media campaign in the US, UK & EU to undermine President Trump’s peace plan. UK/EU politicians push the “let’s go to war with Russia”—covering up migration blunders/cashing in on weapons sales via “friendly” contractors’.[3] Wanneer de hoogste autoriteit binnen de Amerikaanse inlichtingenketen en een Russische gezant hetzelfde narratief hanteren om de Amerikaanse inlichtingengemeenschap te delegitimeren, overstijgt dit het niveau van een incident. Het duidt op een structurele crisis. Politieke retoriek verdringt hier professionele analyse, waardoor Amerikaanse inlichtingen een instrument in het binnenlandse machtsspel worden.
Deze ontwikkeling geeft met terugwerkende kracht een stevig fundament aan de waarschuwing die Erik Akerboom (directeur-generaal AIVD) en schout-bij-nacht Peter Reesink (directeur MIVD) in 2025 uitten in de Volkskrant.[4] Zij stelden expliciet dat de Nederlandse diensten ‘kritischer zijn’ geworden in hun samenwerking met de Verenigde Staten.
Hoewel beide directeuren zich publiekelijk tot deze waarschuwing beperkten, ligt hier de logica van de zogeheten ‘wegingsnotitie’ onder. Dit wettelijk verankerde instrument verplicht Nederlandse diensten de betrouwbaarheid en democratische borging van partnerdiensten te toetsen. De huidige politieke grilligheid in Washington dwingt de Nederlandse diensten via dit kader tot een terughoudende opstelling.
De publieke aanval van Gabbard op de integriteit van haar eigen diensten vormt de validatie van deze koers: de zorgen van de Nederlandse diensthoofden waren geen uiting van bureaucratische voorzichtigheid, maar een noodzakelijke anticipatie op een toenemend onvoorspelbare partner. Voor de Nederlandse veiligheidsarchitectuur is de conclusie onvermijdelijk: het is evident dat Nederland niet blind kan varen op een Amerikaans inlichtingenkompas dat onderhevig is aan politieke willekeur.
Het waarborgen van nationale soevereiniteit vereist daarom verdere investeringen in autonome inlichtingencapaciteit, evenals een intensievere Europese samenwerking. In een internationale omgeving waarin een gezaghebbende bondgenoot feiten publiekelijk relativeert, vormt een onafhankelijke inlichtingenpositie geen luxe, maar een randvoorwaarde voor een effectieve defensie.
[1] Jonathan Landay, Erin Banco en John Irish, ‘US intelligence indicates Putin’s war aims in Ukraine are unchanged’, Reuters (22 december 2025).
[4] Huib Modderkolk, ‘Nederlandse diensten delen minder informatie met de VS: ‘Soms vertellen we dingen niet meer’, de Volkskrant (18 oktober 2025).